Looqin & VVE

Met voor- en vroegschoolse educatie (VVE) bedoelt men in Nederland de maatregelen die onderwijsachterstanden trachten te voorkomen dan wel verminderen bij de start van groep 3 in de basisschool. Gemeentebestuur en schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid om een onderwijsachterstandenbeleid te ontwikkelen en te (helpen) uitvoeren om startcondities van kinderen te verbeteren bij hun entree op de basisschool. Het gaat hierbij met name om kinderen met een leerlingengewicht en doorgaans ook om kinderen met een taalachterstand.

 

VVE vindt plaats in peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en de kleuterklassen van de basisschool. De educatie richt zich op verschillende ontwikkelingsgebieden, te weten: Taalontwikkeling, beginnende rekenvaardigheid, motorische en sociaal emotionele ontwikkeling.

Hoe verhoudt VVE zich tot LOOQIN?

VVE geeft duidelijke richtlijnen voor wat betreft de opbrengsten en het effect van de educatie. Ze vormen een kader waarin LOOQIN makkelijk geplaatst kan worden.  Organisaties die kiezen voor het in beeld brengen en volgen van kindontwikkeling via LOOQIN, kijken namelijk breder naar kindontwikkeling. Naast genoemde ontwikkelingsdomeinen brengt LOOQIN ook beeldende en muzikale expressie van kinderen, het begrijpen van de wereld, verbondenheid en zelfsturing en ondernemingszin in beeld.

 

LOOQIN kiest voor een holistische, competentiegerichte benadering, waarbij talenten van jonge kinderen zorgvuldig in beeld gebracht worden. Een geïntegreerd geheel van kennis, vaardigheden en attitudes.

 

Het leren in VVE settings gaat verder dan cognitieve en sociale vaardigheden, het gaat over leren voor het leven.

 

 

Procesgericht werken: Welbevinden en betrokkenheid maken ’t verschil

De ontvankelijkheid voor het leren en ontwikkelen heeft alles te maken met goed in je vel zitten en met jezelf openstellen voor wat de omgeving te bieden heeft: Je betrokkenheid. Deze twee procesvariabelen bieden de basis voor ontwikkeling. En geven je feedback op je aanpak. LOOQIN nodigt je periodiek uit de kinderen te observeren. In spoor 1 op groepsniveau, in spoor 2 op het individuele niveau van het kind.

 

Een goed, beredeneerd aanbod

Na de verschillende observaties ga je de resultaten interpreteren. Hoe gaat het over het algemeen met de groep? Wat vraagt aandacht? Heb je ideeën hoe je welbevinden en betrokkenheid bij kinderen kunt verhogen? Wat ga je aanpassen of welke interventies ga je plegen?

 

De aanpakfactoren binnen LOOQIN

 

Aanbod – Kinderen mogen verschillen. Daardoor mogen ook zowel hun leertraject als hun begin- en eindpunt verschillen. Kinderen dagen de (voor)school uit om te differentiëren, om het aanbod aan te passen aan wat ze in hun mars hebben, aan hun behoeften en mogelijkheden en niet omgekeerd.  

Begeleidersstijl – Hiermee wordt de omgangsvorm van de pedagogisch medewerker of leerkracht bedoeld. De professional mag zich realiseren wat zich in een bepaald kind afspeelt. Hij of zij biedt kinderen vrijheid en stelt zich niet bedreigend op. Zo kan het kind de gevoelens in zich toelaten en met zijn eigen ervaringen naar voren komen. Daarnaast is empathie zeer belangrijk: je neemt het perspectief in van de ander. Tot slot is ‘echtheid’ van belang. Je bent je bewust van je eigen gevoelens, bent transparant en maakt gevoelens kenbaar. Zo kan het kind vertrouwen in je hebben en de zekerheid vinden om tot zelfexploratie over te gaan.

Organisatie – Een stevig basismilieu met goed doordachte hoeken die veel ontwikkelingskansen en ruimte voor initiatief bieden voor je kinderen is het halve werk. Daarnaast is een geoliede, efficiënte organisatie van de dag en maximale benutting van de menskracht onontbeerlijk. Zodat je tijd kunt maken om mee te spelen, te observeren en nieuwe ontwikkelingskansen te bieden. Maar ook zorg kunt dragen voor continuïteit en veiligheid.

Ruimte voor initiatief – Over het belang van ruimte voor initiatief valt niet te twisten. Voor betrokkenheid is een grote mate van participatie noodzakelijk. Het vereist dat leerlingen keuzes kunnen maken en bijvoorbeeld een eigen leertraject meebepalen. Door ruimte te creëren voor een persoonlijke inbreng, komen reële en individuele belangstellingspunten aan het licht. 

Sfeer en relatie – We kunnen een positief groepsklimaat beschouwen als een collectief hoog welbevinden dat drijft op relaties en warme, opbouwende en respectvolle interacties. Het gaat dan om de relaties tussen kinderen, tussen kinderen en de pedagogisch medewerker/leerkracht en de relaties met de elkaar als groep.

 

Doorgaande lijn

Eenzelfde manier van het in kaart brengen van de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen is één van de belangrijke afspraken binnen VVE. Bij samenwerking tussen kinderopvang/peuterspeelzaal en onderbouw basisonderwijs sluiten LOOQIN KO en LOOQIN PO naadloos op elkaar aan. De kindportretten  geven zowel voor ouders als in de overdracht van kinderopvang naar het onderwijs een genuanceerd beeld over de verschillende competenties en kwaliteiten van jonge kinderen.

 

Het procesgericht volgen van kinderen in VVE settings is nog niet op veel plekken gangbaar. Maar er zijn wel al mooie voorbeelden te noemen:

 

Tijdens een gemeentelijke VVE bijeenkomst in Eindhoven (2017) kregen een aantal locaties van Korein Kinderplein een mooi compliment van de GGD. Hierbij waren pedagogisch coach Karin Drouen en directeur Korein Kinderplein Vivian van de Ven aanwezig.

“Jullie aanpak heeft op veel locaties een enorme boost gegeven die zichtbaar is. Fijn dat het vertrekpunt welbevinden en betrokkenheid is”.

 De medewerker van de gemeente Eindhoven werd hierdoor erg nieuwsgierig. Er ontstond een levendig gesprek, waarbij driftig werd meegeschreven, aldus pedagogisch coach Karin Drouen.

 

 

Team LOOQIN – hello@looqin.co